
et
was ergens in de
late herfst van 1927
dat burgemeester
Verheagen van Mierth
de
bekende Hongaarse
professor
en boomchirurg Prof.Dr. Prylewzky
belde met
de droeve mededeling dat de oude lindeboom aan de
rand van
het dorp, ernstig ziek was. Als er niets werd ondernomen dan zou hun trouwe
vriend het jaar 1928 beslist niet meer halen.

e
professor vertrok direct naar het kleine dorp in de zuidelijke Brabantse Kempen. Daar
aangekomen onderzocht hij de lindeboom. Het was een trieste waarheid. De burgemeester had gelijk. De
bejaarde boom was ernstig ziek. Prylewzky liet zich echter niet uit het veld
slaan en diende de patiënt de nodige levenssappen toe, ondersteunde de
grootste tak aan de westkant van de boom en kon verder niets anders doen dan hopen dat de oude reus de
strenge winter zou overleven.
et
was oudejaarsavond en pastoor Mertens had een avondwake georganiseerd. Het
was koud en alle dorpelingen hadden zich met fakkels verzameld rondom hun
oude zieke vriend.
Over de kale vlakte kondigden de dorpsklokken het nieuwe
jaar aan. Elf keer sloeg de torenklok. Maar nog voor de laatste sonore klank
hoorbaar was brak de grote tak met een oorverdovend geluid af en viel te
midden van de aanwezige wakers. Iedereen wist het nu zeker. Hun vriend had
het nieuwe jaar niet gehaald. Meneer pastoor liep naar het midden van de
kring, keek triest zijn mededorpelingen aan en zei op zachte toon, "Gelukkig
nieuwjaar...". daarna draaide hij zich om en liep duidelijk aangeslagen
terug naar het dorp.
n het
voorjaar van 1928 keerde Prylewzky terug naar Mierth en vond daar de
lindeboom zoals op die bewuste oudejaars avond, de grote tak ietwat schuin
weggedraaid in de modder. De professor onderzocht de boom. "Curieus...."
Hij onderzocht daarop de grote tak. "Hmmm, hoogst opmerkelijk..." Hij
nam stalen van de boom en maakte gipsafdrukken van de nerphen. Die avond nog,
schreef Dr. Prylewzky naar zijn collegae in Leuven een toch enigszins hoogst
opmerkelijk rapport...

n
de tweede helft van 1928 ontdekte men in de nerphen van de oude lindeboom in Mierth
vreedsoortige tekens en symbolen. Geleerden van de Universiteiten van Leuven
en Parijs bestudeerden vele jaren dit fenomeen dat later ook wel De Mythe
van Mierth wordt genoemd. Het bleken de spannende avonturen
te zijn van
een in de geschiedenis verloren gewaand volkje van kleine bebaarde en
kalende
aardmannetjes, De Erthels, en hun Grote Treckh van de Enklaverth van
Ley, diep verscholen achter de Hilvertse en Rooverthse Berghen, naar de
ruige en uitgestrekte Vorte Bosschen in het westen van Vlaemseland. De
verhalen zijn opgetekend in De Onvoltooide Cronycken van Ley.

p
hun tocht genoten zij van een bijzondere drank, Urthel, gebrouwen door de
stamoudste en druïde, de wijze magister, de Leyerth van de Enklaverth.
Vooral de Urthel van Ley bezat vele geneeskrachtige eigenschappen. Het
bevorderde de haargroei en was aldus bekend als middel tegen kaalhoofdigheid
bij vooral de jongere Erthels, de Groenlinghen.

Achter de Rooverthse Berghen,
in het dal van de Ley,
wonen...

anaf
het einde van de zeventiende eeuw is er onderzoek gedaan naar het bestaan
van de Erthels. Een van de belangrijkste onderzoekers, Cronyckers zoals men
zich noemde , was de Antwerpenaar Walter M. Vandendoornyck (1599-1675).
Volgens
de beschrijving van deze Cronycker, zijn Erthels kleine gedrongen wezentjes
die niet groter zijn dan 35 tot 40 centimeter. Ze hebben een kaal hoofd, een
plezierig gezet figuur, een grote neus en stekelig vooruit stekende baard.
Erthels zijn altijd goed gehumeurd.
Een
Erthel houdt van poëzie, muziek, zang en dans. Maar vooral houden ze van
lekker eten. Vooral van het typische streekgercht uit de Enklaverth,
Paddenstoelpetôzzie, met veel walnoten, uien en, natuurlijk, een ruime
haffel rode knoflook uit het zuiden van de Ley-vallei.
a het
vallen van de avond, in het schaarse licht van een volle maan en
sterrengetwinkel, dansen en zingen zij rondom een oude eik of midden in een
weiland. Deze dansplaatsen zijn te herkennen aan de brede vertrapte kringen
om de boom of in het hoge gras. Men dient dit verschijnsel echter niet te v
erwarren
met heksenkransen. Deze zijn veel breder en tonen duidelijk sporen van
verbranding. Voorbeelden van Erthelkringen vindt u terug in de wouden
van Ghorp & Rooverth, rechts over de Tweede brug van Tweygh, aan de lage
oever van de Ley.
mtrent
de huisvesting van de Erthels bestaat er nog veel onduidelijkheid. Zeker is
dat Erthels uit de Enklaverth van Ley, allen meesters zijn in het
stapelen van allerlei bouwsels. Hoge bomen en struiken krijgen daarbij als
bouwplaats de voorkeur. Zo houden ze tijdens een fikse regenbui immer de
voeten droog. Erthels houden van gezelligheid en veel jolijt in hun
woonstede. En soms, indien u rein van geest bent en goed van zinne, maar
vooral wanneer u héél goed kijkt, kunt u de lichtjes zien schitteren in de
duisternis van het Erthelbos.
e
blinkende koperen ketels van de brouwerij van Ley zijn verborgen in de
groene wouden van de Enklaverth van Ley. Het is overigens erg eenvoudig om
de brouwerij te vinden. Volg het holle bospad naar Erghens. Ga daarna
over de Eerste houten brug van Tweygh
en
sla direct links af het smalle wegelke achter de braamstruiken in. U kunt
het daarna niet missen. Zo eenvoudig is het.
en
gezonde mannelijke Erthel wordt al vlug 275 jaar oud en bereikt zijn
puberteit, zijn Boldh zoals Erthel dat noemen, rond zijn tachtigste
levensjaar. Dit is de leeftijd waarop hij zijn haren gaat verliezen. Ondanks
een bekend Gezegswhys van Yrrah, Tynde Leyerth van Ley, "De
Wijsheid der jaren, komt met het verlies der hoofdharen...", proberen
Groenlinghen er alles aan te doen om
hun wilde en weelderige haarbos te behouden. Enkele van deze Groenlinghen
leven zelfs in de veronderstelling dat wanneer zij zachtjes, weloverdacht en
volgens een geheimzinnig wrijfritueel Urthel (het bier) op hun kalende
hoofdhuid uitsmeren, de zo gevreesde onoverkomelijke kaalheid, overkomen kan
worden. Dit is echter een groot misverstand! De enige manier om dit
natuurverschijnsel te voorkomen is door Urthel (het bier) met veel genoegen
te drinken.

"Gij die spreekt zeght veel,
Gij die beeldigh is (d.i.
gebaren maakt) zegth zoovele meer..."
Yrrah, Tynde Leyerth van Ley
estel
Urthel op een wijze zoals de Erthels dat plegen te doen, vriendelijk en
oprecht, maar zelfbewust. Maak hierbij gebruik van de aloude gebarentaal van
onze kleine vrienden. Lichaamstaal en in het bijzonder de gebarentaal is
voor Erthels een belangrijke vorm van communicatie. Hieronder leert u in
acht simpele stappen, op welke wijze u Urthel kunt bestellen.

rink
Urthel uit het speciale "Paché-glas" indien mogelijk. Drinkt gij in
eenzaamheid, dan zal de magie van Urthel u al uw zorgen ontnemen. Drinkt gij
echter met goede vrienden, klink dan de glazen als een toost, terwijl u
hierbij luid uitroept...
...Paché...
en laat het gezelschap vervullen met
vreugde en jolijt. Want dit is de traditionele Ertheltoost wat zoveel
betekend als "Ik wens u alle geluk, liefde, gezondheid en rijkdom van de
wereld. Alle goeds dat ik u kan wensen, wens ik u..."

De nacht is donker
en vol gespuis...
Burgers, blijft gij allen binnen,
want daar buiten is het niet pluis...
-
Hoog aan den Hemel
rijden dees nacht,
De Bockereyders van Ghorp,
door allen zeer veracht...
-
Op wilde bokken rijden zij...
In het licht van den volle maan,
naar geender Eynde,
en dat is niet
zo heel ver hier vandaan...
-
Plunderen, branden,
Dood en verderf...
Zowaar,
den duivel tarten...
Oh, God, Nee...
Het is niet waar...
-
Maar als den torenklok
telt twaalf slagen...
En, Oh wee,
De sterveling
Die zich buiten zal wagen...
Hij valt ten prooi,
en reken daar maar op...
Valt ten prooi aan
De Bockereyders van Ghorp...
-
Aldus, waarde burgers...
Uw wredelijke les mogen wezen,
Gij hebt welzeker iets te vrezen...
Daarom hoedt U...
Oh Gij gehorigen...
Hoedt U...
In elke stad, in ieder dorp...
Hoedt U...
Hoedt U voor...
De Bockereyders van Ghorp...
Lied der Bockereyders (1625)
Hubertus A. Both


Winter 1620.
Het was de strengste winter ooit.
Ergens in de donkere wouden
van Ley....
erloh
Bher en zijn bende van sinistere bandieten, beter bekend als De
Bockereyders van Ghorp, terroriseerden tijdens de koudste winter sinds
jaren, het zuidelijke deel van de Enklaverth van Ley. Hoog aan de hemel van
een donkere nacht reden zij op gitzwarte bokken en deden alles om met hun
begerige klauwen het Geheym van Urthel te bemachtigen.
et
het Geheym van dit speciale gerstenat zouden zij de ultime macht hebben over
de Erthels en daarmee over de gehele
Enklaverth
van Ley. En dat was wat Berloh Bher, gevreesd hoofdman der Bockereyders van
Ghorp wilde, de absolute macht! Niets of niemand
zou bij hun jacht op deze opmerkelijke drank,
Urthel gespaar blijven. De Bockereyders hadden zelfs de brutaliteit de oude Yrrah, de Leyerth van
Ley, de druïde en de brouwer van Urthel te ontvoeren en gevangen te houden.
aar
dat alles was niets anders dan een eindeloze strijd van domme vreemdsoortige
wezens die met rare bokkenschedels op bokken reden, om datgene te vinden dat nooit
gevonden zal worden. Want het Geheym van Urthel is nu eenmaal, en dat is een
feit, het Geheym van Urthel.
Dat is iets dat De Bockereyders van Ghorp nooit of te nimmer zullen
kennen.
ldus,
zo is het zal het blijven. De eeuwigdurende zoektocht van deze onverlaten naar
het Geheym van Urthel zal blijven voortduren. Voor altijd en eeuwig. En
mocht u ooit hoog aan de hemel... Hoedt U...!